Gezond eten voor iedereen: sociale voedseltuinen winnen terrein
De Andere krant toont belangstelling voor ‘onze’ tuin en de tuin in Doetinchem. We worden steeds bekender!
“Op steeds meer plekken in Nederland ontstaan sociale voedseltuinen: plekken waar mensen die weinig te besteden hebben, zelf verse en onbespoten groenten kunnen oogsten. Maar de tuinen bieden meer dan alleen gezond eten. Ze brengen ook buurtbewoners met elkaar in contact. Intussen zijn er volop toekomstplannen.
Aan de rand van Zutphen ligt een “sociale voedseltuin”. Een paar jaar geleden was dit nog een hangplek voor jongeren, nu groeien er verschillende soorten kool, sla, courgettes en andere groenten. Aan een van de picknicktafels vertelt bestuurslid Albert Wegman hoe het initiatief van de grond kwam.
De eerste sociale voedseltuin van Nederland werd in 2020 opgericht in het Friese Nieuwehorne. En dat sloeg aan: vanuit het noorden verspreidde het fenomeen zich steeds verder over Nederland. In 2025 waren negen tuinen aangesloten bij het landelijke netwerk Sociale Voedseltuinen Nederland. Dat aantal groeit snel: inmiddels zijn er zestien tuinen opgericht of in opbouw. In Groningen wordt er zelfs gewerkt aan een provinciaal project om in iedere gemeente een sociale voedseltuin op te richten.
Het achterliggende idee is om verse, onbespoten groenten bereikbaar te maken voor mensen met een laag inkomen. “Het gaat ons niet zozeer om het label ‘biologisch’, maar om gezonde voeding. Dat is niet iets voor de happy few”, zegt hij. Aan biologisch voedsel kleeft vaak het label duur of zelfs elitair. “Er wordt vaak gezegd dat gezond voedsel duur is. Maar je zou ook kunnen zeggen dat ander voedsel goedkoop is”, merkt Wegman op.
In de landbouw worden er veel bestrijdingsmiddelen gebruikt, wat gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. “Pesticiden die in andere landen verboden zijn, worden hier gebruikt, omdat wij het bewijs uit andere landen niet accepteren.”
De doorsnee consument is zich daar vaak onvoldoende van bewust. “We zijn gefixeerd op prijs; wat we eten maakt ons niet uit. Dat terwijl zo’n tachtig procent van de producten uit de supermarkt schadelijk is voor de gezondheid.” Na een vliegreis van meerdere dagen zien verschillende fruit- en groentesoorten er vaak nog exact hetzelfde uit als op de dag van de oogst. Dat kan niet gezond zijn, meent de projectleider. “We hadden zoiets van: we moeten die trend doorbreken.”
Inmiddels maken zo’n zestig gezinnen gebruik van de tuin, die vorig jaar is aangelegd. Ongeveer de helft betaalt een abonnement, waarmee de andere helft – huishoudens met een laag inkomen – gratis kan deelnemen. De toeleiding verloopt via maatschappelijke organisaties die de gezinnen al kennen. De deelnemers weten van elkaar niet wie wel en wie niet voor de groenten betaalt. Ze kunnen zelf kiezen of ze willen werken in de tuin of alleen de groenten willen ophalen.
Achter de schermen werken diverse organisaties samen om de tuin draaiende te houden. De grond wordt gehuurd van de gemeente Zutphen. Stichting De Zutphense Hand financierde het hek, terwijl de Rotary Club de vijver aanlegde. De werkzaamheden in de tuin worden uitgevoerd door twee betaalde tuinders, ondersteund door tien tot twintig vrijwilligers.
“Het streven is om ongeveer een derde van de inkomsten zelf te verdienen, bijvoorbeeld met activiteiten of een klein marktje waar overtollige groenten, honing en andere lokale producten worden verkocht”, zegt Wegman. Een derde zou uit subsidies moeten komen en een derde uit bijdragen van het bedrijfsleven, dat volgens Wegman wel een grotere maatschappelijke rol zou mogen spelen. “Bedrijven schenken soms een oude deur of een tafel die ze zelf weg willen doen. Maar waarom moeten die mensen aan een oude tafel gaan zitten?” vraagt hij zich af. “Ik zou graag zien dat bedrijven niet alleen bezig zijn met hun fabriekje, maar ook een stuk verantwoordelijkheid nemen voor hun stad. Vroeger zorgden directeuren ook voor het onderwijs van hun arbeiders, nu is het pakken wat je pakken kan. De vraag is: wat heeft dat ons gebracht?”
In de praktijk bleek het werven van deelnemers een stuk lastiger dan gedacht. “Wij hebben er eerlijk gezegd te makkelijk over gedacht”, zegt Wegman. “Mensen schamen zich, zijn druk met hun schuldenproblematiek of geven sociaal wenselijke antwoorden. Sommige zijn het ook niet gewend om gezond te koken. Er liggen veel blokkades om in het gewone sociale leven te participeren.”
Zoals de naam al zegt, gaat het niet alleen om gezonde voeding, maar juist om het sociale aspect. Er worden gezamenlijke maaltijden georganiseerd, schoolklassen komen langs voor excursies en vrijwilligers onderhouden samen de tuin. “We drinken ook samen koffie. Bij een potluck neemt iedereen zelf iets te eten mee.” Naast de groentetuin ligt ook een bloementuin waar bezoekers bloemen mogen plukken. Daar groeien nu zonnebloemen.
De oogsttuin zou kunnen uitgroeien tot een ontmoetingsplek, waar mensen kennis en talenten met elkaar delen. “Je kunt veel dingen bedenken, maar we willen het ook kunnen managen. Daarom willen we stap voor stap organisch groeien. We zouden graag inclusief willen zijn; dat allerlei mensen hier komen en het leuk vinden om er met hun kinderen te zijn.” Hij hoopt dat anderen straks het voortouw gaan nemen in het oppakken van initiatieven. ”Ik hoop dat straks iemand zegt: “Ik kan fermenteren, regel het maar.” Dat er kookworkshops worden georganiseerd, of een markt met producten uit de tuin. Er zijn heel veel mogelijkheden.”
De voedseltuin in Zutphen onderhoudt ook nauw contact met andere tuinen, zoals die in Doetinchem. Daar ligt een van de eerste sociale voedseltuinen in ons land, met de naam ‘GroenteBuur’. Projectleider en hoofd tuinder Joris van Braak ziet dat er veel belangstelling is, vanuit het hele land. “Er wordt steeds meer bekend over het effect van pesticiden. Daardoor ontstaat de bewustwording: mensen willen kijken of het ook anders kan.”
Ze willen ook graag betrokken zijn bij hun directe omgeving. “Ze willen liever impact maken in plaats van aan een goed doel te geven, waarvan je niet weet waar je geld terechtkomt. Hier help je een ander er direct mee.”
De stijging van de voedselprijzen speelt mogelijk ook een rol bij de populariteit van dit soort tuinen, al denkt de projectleider niet dat dat de belangrijkste reden is. “Een abonnement kost 12,50 euro per week. We werken officieel biologisch, dus dat is een redelijke prijs. Ik denk dat het misschien meespeelt, maar vooral de keuze voor gezond eten.”
GroenteBuur is onderdeel van Slangenburg, waar ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en deelnemers van een zorgboerderij meewerken. “We hebben mensen die via de Participatiewet zijn doorgegroeid naar deelnemer en betaalde kracht. Daarnaast is er de zorgboerderij, waar mensen een zinvolle dagbesteding hebben.”
Er is bewust gekozen voor een andere aanpak. “Slangenburg kiest juist voor vakmensen zoals hoveniers, houtbewerkers en koks, die de jongens meenemen, in plaats van uitsluitend zorgmedewerkers. De lijntjes zijn daardoor kort.” De komende jaren wil GroenteBuur verder groeien. “We hebben nog 0,6 hectare over. We willen kijken of we inheemse kruiden kunnen kweken voor theemixen. Dat is nu in de ontdekkingsfase.”
Van Braak ziet hoe de tuin mensen met elkaar in contact brengt. “We hebben een Iraakse man die heel graag kookt. Hij raakte bevriend met iemand met een betaald abonnement en kookt inmiddels voor de markt.” Ook ziet hij dat deelnemers elkaar buiten de tuin blijven opzoeken. “De sociale oogstmomenten zijn echt een samenzijn waar mensen naar uitkijken. Eigenlijk zie je dat groenten een heel mooi product zijn. Maar het echte doel is de verbinding zoeken.”
